Welkom

Heilige Filippus Neri

Wie

Waar

Nieuws

Gebed Wonder

Contact
 
John Henry Newman wordt zalig verklaard

In  een vol stadion met 70.000 gelovigen zal paus Benedictus XVI op 19 september 2010 John Henry kardinaal Newman zalig verklaren. Deze Engelsman leefde van 1801 tot 1890  en was zijn tijd ver vooruit. Hij heeft ons veel te vertellen.
Newman heeft veel inzicht gegeven in het geloof en er veel toe bijgedragen. Als hoogleraar in Oxford  (Engeland) werd hij als één van de intelligentste personen van Groot-Brittannië gezien. Newman is een denkend Christen. Geloof en rede vormen voor hem een sterke eenheid. Verstand, geloof en de beleving van het geloof als Christen en priester gaan bij hem harmonisch samen. Het geloof en het verstand staan voor hem op één lijn en zijn niet in tegenspraak met elkaar.
Toen hij 15 jaar was heeft hij een helder inzicht gekregen: hij was even zeker van het bestaan van God als van zijn eigen bestaan. Voor Newman is het geloof dan ook geen systeem van waarheden, maar een waarheid die in het hart een plaats heeft, een persoonlijke zaak. Het gaat daarbij om reële persoonlijke kennis en ervaring van God, om een relatie met God die je in je hart ervaart. Het gaat hem niet om een geloofssysteem met algemene begrippen, dat is voor hem te weinig reëel veel te abstract.
Wat heeft hij voor ons te betekenen? Kort gezegd: wat hebben wij aan hem? Hij heeft zeer veel geschreven.
Twee onderwerpen licht ik eruit.

1. Persoonlijke waarheid

Newman heeft gezocht naar waarheid en echtheid. Hij was bij zijn geboorte lid van de Anglicaanse Kerk. Hij wilde als hoogleraar bewijzen dat de Anglicaanse kerk de oorspronkelijke bedoeling van Christus bewaard heeft. Maar na grondig onderzoek van de geschiedenis van de Kerk, de Concilies, de Kerkvaders en met zijn uitmuntende kennis van de klassieken, heeft hij de overstap gemaakt naar de Rooms-katholieke Kerk. Hij vond daar de door Christus gestichte ware Kerk.  

2. Geweten

Ieder mens heeft een geweten. Het helpt ons in het leven de goede beslissingen te nemen en te onderscheiden wat goed is en wat niet. Soms is het geweten zoekend, maar op andere gebieden  ervaren we een duidelijke innerlijke sturing. Dan ervaren we het geweten als norm. Wil het echt een richtingwijzer zijn in het leven dan kan het niet op toeval gebaseerd zijn, maar moet het geweten een basis hebben. Kort gezegd: als je geweten voor je de norm is dan moet er een ‘wetgever’ zijn die het geweten fundeert, die een fundament geeft aan onze normen waarnaar we leven en zodat we ‘in geweten’ aanvoelden wat rechtvaardig is. Universele waarden en normen kunnen niet op toeval gebaseerd zijn, maar zijn gebaseerd op een ‘wetgever’ waar onze richtingwijzer naar verwijst. Wat rechtvaardig is kan dus geen toeval zijn maar heeft een fundament. Dit fundament is God. Zo ervaart Newman in het geweten een bewijs dat God bestaat. Door het geweten wordt het geloof ook iets persoonlijkst, het wordt op een persoonlijke God gebaseerd. Het geweten is een natuurlijke en persoonlijke weg naar kennis van God doordat je overweegt wat goed is om te doen in het leven en het leidt naar vertrouwen in Hem.

Stichter van de Oratorianen in Engeland

Nadat Newman Katholiek werd, stelde hij zich de vraag hoe hij het best de Kerk kon dienen. Ook waren er een aantal mensen uit zijn intellectuele kring Katholiek geworden en voor hen gold dezelfde vraag. Een vriend verwees hem naar het Oratorium in Rome. Elk Oratorium, zeg maar elk huis, is zelfstandig en de priesters leggen geen geloften af. Het zijn geen paters. De persoonlijkheid van eenieder wordt geëerbiedigd. Newman vond het fijn dat ieder zijn eigen boeken mag houden. Hij voelde zich ook aangetrokken tot hun stichter: de Heilige Filippus Neri (1515-1590), de goedheid zelf, begaan met arm en rijk, pastoraal bewogen, maar ook vol belangstelling voor de (Kerk-)geschiedenis en archeologie (de catacomben in Rome werden in zijn tijd ontdekt). Filippus Neri wekte nooit de indruk meer te weten dan anderen of alles beter te weten, ’t was geen betweter. Daarnaast had Filippus de grote gave te kunnen relativeren, hij straalde vreugde uit en wist grote ernst te doen schuilgaan achter grote blijheid, eenvoud, nederigheid en humor, zonder zichzelf al te au sérieux te nemen. 
Het was Newmans overtuiging dat voor mensen met versschillende temperamenten en talenten de levensvorm van de Oratorianen ideaal zou zijn. Ieder zou zichzelf kunnen zijn en met zijn eigen mogelijkheden dienstbaar zijn aan Gods volk. Eind 1847 werd duidelijk dat een groep van zeven de kern van de Oratorianen in Engeland zou vormen. Door hun leven in gemeenschap zouden de Oratorianen voor elkaar – vooral in de steden – een steun betekenen. Het Oratorium zou een centrum zijn van zowel pastorale als intellectuele actie. Want in Engeland ontstond er een grote nood aan katholieke denkers. Paus Pius IX verleende zijn goedkeuring voor het oprichten van een Oratorium en riep op zich in steden te vestigen en vooral onder intellectuelen aan apostolaat te doen. Op 2 februari 1848 werd gestart met een Oratorium in Birmingham.

Stichter van de katholieke universiteit in Dublin

In 1850 had Newman verklaard dat de nood aan katholieke vorming veel groter was dan de nood aan bisschoppelijke zetels. Zijn bekende uitspraak: “We want seminaries far more than sees. We want education”.
Een jaar later kreeg hij het verzoek te helpen bij de oprichting van een katholieke universiteit in Dublin. De reeks lezingen waarop de intelligentsia van Dublin aanwezig was, over het doel en de natuur van een universitaire vorming, vielen in de smaak. In 1854 werd een faculteit voor letteren en wijsbegeerte geopend, in 1856 voor geneeskunde. Ondertussen werden de jongeren bijgestaan in hun studiewerk en in hun religieuze vorming.
Newman zag het als zijn opdracht in de Engelstalige katholieke wereld een dieper begrip van het katholieke geloof te brengen. Echter, de aartsbisschop van Dublin was voorstander van een katholieke opvoeding onder strenge klerikale supervisie. Studenten moesten leren ‘aanvaarden’ wat de Kerk leert en geen vragen stellen of twijfels uitspreken. Newmans daarentegen verlangde naar een open en autonome universiteit. Hij was ervan overtuigd dat men het Christelijk geloof alleen maar kon begrijpen voor zover men had ervaren hoe zwak men stond zonder dat geloof. Trouwens, niemand kan een leven leiden slechts gedragen door theoretische geloofspunten. Het geloof moet iets van jezelf worden. Slechts door een bindende kern komt men tot kwaliteit van leven, en enkel een authentieke religieuze beleving maakt dat mogelijk. Hij vond dat een universiteit niet alleen kennis moet verstrekken, maar ook een algemene vorming moet geven d.m.v. literatuur, kunst en wetenschap. Studenten moeten leren nadenken en niet het voorgeschotelde zomaar slikken. Een uitspraak: “Het is mijn wens dat de intellectuele leek godsdienstig zou zijn, en de vrome geestelijke intellectueel”. Voor Newman is de universiteit geen plaats waar studenten geïsoleerd worden. Hij meende zelfs dat het geen zin heeft lectuur te verbieden waarin de zonde aan bod komt. Want het leven zelf is samengesteld uit geniale, passionele, intellectuele, zondige en religieuze elementen. Het samenspel van die elementen en de keuze van de student maakt hem tot een held of brengt hem tot laffe misdaden. Hij meende dat godsdienst en wetenschap twee afzonderlijke domeinen zijn, maar tussen die twee moet een samenspraak mogelijk zijn. De universiteit dient zich daarom ook te interesseren voor godsdienst en rekening te houden met wat de godsdienst leert. Godsdienst als volwaardig vak. Kortom, Newman pleitte voor openheid in de vorming. Zoals met andere werken van Newman het geval is – hij was zijn tijd ver vooruit – zal zijn idee van een universiteit en katholieke vorming pas vele decennia later aanslaan. Hij heeft het zelf voorzien. “Als ik er niet meer ben”, schreef hij in 1859, “kan wellicht iets voortkomen uit wat ik in Dublin heb gedaan”. Op 19 september 2010 wordt hij Zalig verklaard en als voorbeeld gesteld voor de hele Wereldkerk.


Deze website is aangeboden door: sitetotaal